Een Champagne mag naar wettelijk voorschrift uitsluitend worden gemaakt van de drie druivenrassen pinot noir, pinot meunier (beide blauw) en chardonnay (wit). De eerste twee zorgen voor body in een champagne, de laatste voor elegantie en finesse en is mede daarom zeer in trek. De grote Champagnehuizen verwerken altijd wat wijn van de chardonnaydruif in hun blends.
Champagne is overigens niet de naam van een bepaalde type wijn, maar die van het gebied van herkomst. Dit misverstand heeft er overigens mede toe geleid dat menigeen denkt dat er Champagne in de fles zit als er “méthode traditionelle” (= méthode champenoise) op het etiket staat of zelfs als de uitmonstering van een fles mousserende wijn (bijvoorbeeld een “ordinaire Mousseux”) op die van een Champagne lijkt.
Bij een echte Champagne staat er uiteraard “Champagne” op het etiket. En als enige kwaliteitswijn van Frankrijk hoeft er geen “Appellation Controlée” (A.C.) bij te staan! Voor zo’n bijzonder product als Champagne moet een uitzondering mogelijk zijn, nietwaar?
Deze “méthode traditionelle” (champenoise), ook wel tweede gisting op fles genoemd, is overigens dè meest arbeidsintensieve en kostbare manier om mousserende wijnen te maken. Voeg daarbij het klimaat van dit meest noordelijke A.C.-gebied, de drie druivensoorten en de bijzondere krijt-en kalkbodem en je hebt de basisingrediënten voor een bijzondere wijn.
Champagne Grand Cru Blanc de Blancs
Champagne Grand Cru Blanc de Blancs (halve flesjes)